Kunstbus

MARIJKE GOOVAERTS

Over mijzelf, mijn kunstig gedoe, het leven, de wereld en zo nog het een en het ander. (Ben nog jong hé)

De kunstbus van Marijke


Kunst op straat is tof!

Je kunt het mooi vinden zonder dat je weet dat het kunst is. Ik zou graag de kunstenaars, die op straat werken, willen tegenkomen. Daarvoor moet ik veel kunnen rondhangen in de straten maar hoe?


Ik ga een bus kopen waarmee ik overal kan rondrijden.


Misschien kunnen de artiesten dan ook mijn bus mooi maken. Ha ja, uiteindelijk wordt mijn bus dan een rondrijdend museum.

Wat voor een bus heb ik dan nodig?

Even nadenken nu hé...

Een hele grote moet het zijn, waar veel in kan gebeuren.

Omdat enkele van de kunstenaars al overleden zijn moet de bus mij terug in de tijd kunnen brengen.

De film “Back to de Future” met de DeLorean tijdsmachine inspireerde mij om in de tijd terug te gaan en daar kunstenaars als Andy Warhol en Keith Haring te ontmoeten.

Misschien kan de professor uit de film “Back to the Future” mij daarbij helpen?


Eventjes bellen!

Marijke: Dag mijnheer. Wilt u mij helpen om een bus te maken dat terug in de tijd kan om kunstenaars op straat te ontmoeten?

Professor: Maar natuurlijk, we beginnen er direct aan.


Zo dat komt in orde. :-)


Oei! Sommige van de kunstenaars wonen in een ander werelddeel. Hoe moet ik daar nu weer geraken?

Mijn bus moet kunnen vliegen of varen,… vliegen gaat het rapst.

Daarvoor kan ik mijnheer Panamarenko inschakelen die ontwerpt wel een vliegende bus voor mij.


Volgende telefoontje.

Marijke: Hallo, mijnheer Panamarenko. Wil jij een vliegende bus voor me ontwerpen om kunstenaars op straat, aan de andere kant van de wereld, te ontmoeten?

Panamarenko: Heel goed idee, ik zal er voor zorgen dat je bus kan vliegen.


De tijdmachine in combinatie met de vliegmachine van Panamarenko, en de bus is klaar. Ik kan vertrekken.

Lalala, busje komt zo bus komt zo, lalalala…

Alleen, mijn bus is nog wat grijs hopelijk kom ik rap kunstenaars tegen.


Panamarenko (Antwerpen 1940) is een buitengewoon en niet te classificeren individu binnen de hedendaagse kunst. Als kunstenaar, ingenieur, fysicus, uitvinder en visionair heeft hij uitzonderlijk onderzoek gedaan naar begrippen als ruimte, beweging, vlucht, energie en gravitatie.

Zijn werk is een combinatie van artistiek en technologisch experiment en neemt verschillende vormen aan; vliegtuigen, duikboten, auto’s vliegende tapijten en vogels.

Telkens spectaculaire constructies van een vreemde schoonheid, tegelijk speels en indrukwekkend.


Wie zijn dat daar allemaal? Gasten met te grote broeken die spuiten.

"Hallo, wie zijn jullie?" (Vraag ik aan het enige meisje in de groep)

"Ik ben Omri en die drie gasten zijn Waf, Fré en Cern".

"Waarom hebben jullie zo'n rare namen?"

"Onze namen zijn eigenlijk tag’s, een tag is een soort label of logo, alleen wij weten welke tag bij wie hoort. Dat doen we omdat de politie niet zou weten wie er echt spuit.

"Willen jullie misschien een stuk van mijn busje spuiten, dan komt jullie werk overal te zien?"

“Natuurlijk willen we dat, het is ons doel dat ons werk overal te zien is.”

En ze beginnen mijn bus te spuiten.

"Zo, er staat wat graffiti op je bus.”

"Kennen jullie nog een kunstenaar die op straat werkt?"

Cern: Ik ben van New York, in het begin van de jaren tachtig werkte Keith Haring daar veel op straat."




                                             



                                                   Waf in aktie





Naar New York met mijn busje!


New York is een bruisende stad waar in de jaren ‘60 tot ‘70 kunst volop in de belangstelling komt. Er zijn plaatsen voor kunsttentoonstellingen maar snel is er te weinig ruimte.

De kunstenaars verlaten hun doekjes voor de grote muren in de stad. Zo komt het dat je geen straatje, steegje of oude garagepoort kunt tegenkomen zonder een mooie afbeelding of een mislukt werk er op.


Al gauw worden de kunstenaars ondersteund door sponsors en kunstbeschermers. Ze krijgen materiaal ter beschikking en alles wat ze nodig hebben. Er komen verschillende stijlen die de voorbijgangers steeds weer opnieuw verrassen. Bovendien komen er verschillende culturen in het straatbeeld.

Er komen er mysterieuze handtekeningen en tekeningen in de straten, en vanuit de basis ontstaat de hiphop cultuur met zijn graffiti.

De kunstenaars geven uiting aan genoegen en ongenoegen, stil protest, humor…

Ze staan open voor andermans werk en vinden het gewoon dat werken overschilderd worden. Maar, de hiphop cultuur wordt door niets ondersteund en de staat wil hen zo weinig mogelijk laten opkomen. Toch blijft het fenomeen niet beperkt tot New York.

Op de duur geven ook banken, grote kantoren, openbare gebouwen…opdrachten aan, ondertussen beroemd geworden, kunstenaars om hun muren te beschilderen.

Dat is goed nieuws, want er ontstaat op die manier meer werk voor kunstenaars en het publiek kan volop en gratis van de kunst in de straat genieten.

Pop art, is iets gewoon geworden voor de mensen in de straat. Toch vragen ze zich nog af of het nu kunst of reclame is.

In ieder geval is het zo, dat New York één grote kunstgalerie werd, waar alleen het oog of de camera het schilderij kon wegpikken. Spijtig genoeg is het meeste al verdwenen door ander constructies of gewoon vernielt door omstandigheden.

De kunst gaat terug naar musea.

Maar, de graffiti kunstenaars bestaan nog altijd. Ook, en vooral, op de straat. Ze fleuren nog steeds overal ter wereld hun leefomgeving op.







De geschiedenis van de subway graffiti in New York is kort en het verschijnsel verschilt van alle andere vormen van graffiti zowel in het verleden als nu.

In de jaren ‘60 begonnen jongeren met het schrijven van hun namen op muren, gevels en garagepoorten. Op die manier creëerden ze een publieke identiteit (tag) en bepaalden hun territorium. Bendeleden markeerden, “their turf” en de buurtkinderen schreven boodschappen aan vriend en vijand.

“Taki 183” was de tag van een jongeman die woonde in 183rd straat in de Washington Heights sectie van Manhattan,. Hij werkte als koerier en maakte daarbij gebruik van de metro om de stadswijken snel te bereiken. Tijdens het werk schreef hij in alle metrostations zijn naam op de muren. In 1971 kwam een journalist Taki 183 op het spoor en interviewde hem. Het artikel verscheen in de New York Times en, raakte een snaar in de harten van gelijkgestemde zielen. Vele jongeren waren onder de indruk van het publiek noteren van een naam die over de hele stad verschijnt. De trots die ze voelden bij het zien van hun naam in hun woonwijk kon zich honderdvoudig vergroten, wanneer het verder reikte dan de grenzen van, hun buurt.

De wedloop voor bekendheid (fame) begon ernst te worden toen honderden jongeren net als Taki 183 begonnen met het taggen (to tag) van, treinen en openbare gebouwen over de hele stad. Jongeren wiens naam het meest voorkwam in aantal of op de meest ontoegankelijke plaatsen werden ware volkshelden.

Simultaan aan, dit fenomeen, liep het gebruik van markers en spuitbussen die de graffitiopschriften een grotere zichtbaarheid gaven.

De beschikbare ruimte op muren en treinen raakte ingevuld. Het werd dus tijd om een stijl te ontwikkelen waarmee men zich kon onderscheiden van de anderen.

Creatieve tagers maakten, variaties op hun naam en ontwikkelden logo 's die je in een oogwenk kon lezen. Als aanvulling op de stijl begonnen de schrijvers te experimenteren met grootte en kleur.

Met de handige spuitbussen kon je in een korte tijdspanne een grote oppervlakte beschrijven en, zo ontstond “the piece”.

Tot voor het “masterpiece” waren de vroege stukken eenvoudige tag’s omlijnd met een contrasterende kleur. De afmeting van, het schilderwerk groeide uit tot de volledige buitenzijde van het metrotreinstel. Ruiten en al waren bedekt in de eerste “top-bottom-whole-car” in 1975.


Hola! Pft…

De straten in New York zijn wel druk om met een bus in rond te rijden.

Ik ga te voet verder en neem de metro om rapper te zijn. Wel mooie tekeningen hier in de metro. Hopelijk ben ik in de juiste tijd aangekomen. Ik zal het aan iemand vragen. Daar staat iemand keigoed te tekenen, ik zal het aan hem vragen.

"Hallo, welk jaar is het?"

"Hm…? 1979, waarom?"

"Ik ben naar hier gekomen met een kunstbus, die terug in de tijd kan, om kunstenaars uit de jaren tachtig op te zoeken."

"Ho… OK, ik ga verder tekenen"

Die tekeningetjes zijn echt wel goed... " En jij noemt?"

"Keith"

Maar! Dat kan niet? Hoe bestaat het! "En hoe nog?"

"Haring. Nog vragen meisje?"

"Ja hoor. Je tekeningen zijn heel goed. Ben je niet bang dat ze gekopieerd worden?"

Keith Haring reageert een beetje gevleid: "dat zou een compliment zijn."

"Jij tekent veel vliegende schotels."

"Hoe weet jij dat?"

"Hm… welke betekenis hebben die voor u?"

“Het idee dat vliegende schotels zouden bestaan is revolutionair en op dit moment (sluiks naar mij kijkend) zou dat zelfs een bevrijdend effect kunnen hebben. Maar, ik zou willen verder tekenen."

"Ik ben Marijke."

“Marijke. Hm…weet je, ik heb een maat, Andy, die ook kunstennaar is en die graag populair is. Misschien kun je hem wat vraagjes gaan stellen."

"Dat is keigoed, maar nog één vraagje. Ik ben hier met een bus wil jij daar een tekening op maken?"

"Och… Wel ja, als het maar tekenen of schilderen is. Komt die bus overal?”

"Ja, ik rij en vlieg daar overal mee rond"

"OK, na deze tekening zijn we weg"

“Goed, ik ga een Coca Cola drinken en nadenken over vragen die ik aan Andy ga stellen. Hoe noemt Andy nog?”

“Warhol. Die ken je waarschijnlijk aangezien je een Coca Cola drinkt”

“Natuurlijk, ken ik die!"

“ OK, ik maak dit af"

Slechts een paar minuutjes later.

“Mijn Coca Cola is op. Is uw tekening klaar?"

"Ja, want ik teken graag snel. We zullen naar die bus van jou gaan en ermee naar Andy rijden. Aan zijn “factory” zal wel plaats zijn om te parkeren. Dan kan ik erop tekenen en jij u amuseren met vraagjes stellen aan Andy, die gaat dat zeker plezant vinden."



En wij weg.


Ik wou Keith Haring niet langer van zijn werk houden want het volgende weet ik al van hem.

Haring was de oudste van vier kinderen. Al op jonge leeftijd was zijn liefde voor tekenen duidelijk. Zijn vader, die ook een soort stripverhalen tekende, bleek een belangrijke bron van inspiratie. Door boeken en musea maakte hij kennis met moderne kunst en Andy Warhol bleek een grote invloed te zijn. Hij studeerde aan de Ivy School of Professional Art in Pittsburgh, maar voornamelijk het commerciële aspect van de opleiding bleek hem niet aan te spreken. Hij ging van school, maar hield niet op met tekenen. In 1976 had hij in Pittsburgh zijn eerste belangrijke tentoonstelling. Rond deze tijd werd ook zijn stijl duidelijk: Abstracte figuren die oneindig in elkaar vallen, en die enorme ruimtes kunnen vullen. Andere invloeden zijn: Pierre Alechinsky, Christo en Jean Dubuffet. Vooral Christo's houding tegenover kunst sprak hem aan: kunst is voor iedereen en niet alleen voor de elite. In 1978, op 19-jarige leeftijd, nam hij de volgende stap: hij verhuisde naar New York en kreeg een beurs voor een studie aan 'The School of Visual Arts'. In de metro van New York ontdekte hij kunst in de graffiti die hij op de muren vond. Hij werkte hard op school en ontwikkelde een geheel eigen stijl van visuele communicatie door schilderijen, geluid en film. Hij maakte krijttekeningen in de metro op lege billboards, en maakte tekeningen op straat. Hij droeg het niet-commerciële 'kunst voor iedereen' idee uit, maar kreeg steeds meer bekendheid. Hierdoor blijkt het voor hem niet langer mogelijk zijn eigen werk te verkopen. Galerie-eigenaar Tony Shafrazi werd de onderhandelaar voor Keith. Hij exposeerde in Shafrazi in 1982, met schilderijen, beelden, beschilderde stukken doek en on-site werk. De belangstelling was groot. In de jaren hierna schoot hij omhoog in bekendheid en heeft hij shows over de hele wereld. Haring maakte ook veel decoratieve kunst, bijvoorbeeld op vazen en T-shirts. In 1985 versierde hij het lichaam van zangeres Grace Jones.

In 1988 kreeg hij te horen dat hij aids had. Hij overleed aan de gevolgen van deze ziekte in 1990.


Aangekomen bij Andy Warhol.


Keith: Dag Andy, dit is Marijke. Ze stelt graag vraagjes aan kunstenaars. Ik ga hier ondertussen wat op haar busje schilderen. Mag zij u ondertussen interviewen?

Andy: Ja zeker. Dat is goed. Welkom.

Marijke: Goedendag Andy. Ik ben hier met een bus die een museum moet worden dat overal kan komen.

Keith: Dat is heel goed want ik heb graag dat mijn tekeningen overal kunnen gezien worden.

Andy: Dat is een goed idee. Zet u Marijke.

Keith: Ik ga schilderen…

Marijke: Andy, uw kunst is al vrij bekend, wat voor een gevoel geeft dat?

Andy: Goed. En het is gemakkelijk dat iedereen mij kent omdat ik dat graag heb.

Marijke: In uw werk zie je veel dagelijkse dingen. Waarom is dat?

Andy: Het zijn allemaal dingen die de mensen graag hebben. Zo vinden ze het zeker mooi.

Marijke: U kopieert uw eigen werk veel. Waarom?

Andy: Zo heb ik ineens meer werken en het verdient gemakkelijk.

Marijke: U maakt ook films.

Andy: Ja, films maken is boeiend.

Marijke: Uw films zijn wel minder bekend.

Andy: Ja. Misschien omdat ze over dingen gaan die mensen niet zo dagelijks willen.

Marijke: Bedankt voor het gesprekje. Nog één vraagje, wil jij iets maken voor mijn museumbus?

Andy: Ha ha…En wat brengt mij dat op?

Marijke: Hm…Niet veel. Tenzij eeuwige roem op mijn bus natuurlijk.

Andy: O…Roem dat klinkt wel goed…even kijken… ik heb nog bloemen staan. Waarschijnlijk vind je die wel leuk.

Marijke: O ja…, die vind ik echt mooi.

Andy: Alstublieft. Je kunt ze misschien plaatsen tegenover een raam, dan kan iedereen ze zien.

Marijke: Keileuk, echt bedankt.


Wat hier onder staat heb ik niet gevraagd want dat wist ik al van Wikipedia.


Andy Warhol werd als Andrew Warhola geboren in Pittsburgh (Verenigde Staten). Zijn ouders waren Ondrej (Andrew) Warhola en Júlia Justyna Zavacká, Slowaakse immigranten. Ondrej (wiens originele familienaam Varchola was, hij veranderde die naar Warhola toen hij naar de VS emigreerde. Hij werkte in de kolenmijnen van Pennsylvania. Andy toonde reeds vroeg artistiek talent en ging toegepaste kunst studeren in Pittsburgh aan het Carnegie Institute of Technology, de tegenwoordige Carnegie Mellon University. Daar viel hij op door het tekenen van twee zelfportretten waarin hij zijn neus aan het peuteren was.

In 1949 verhuisde Warhol naar New York, waar hij een carrière opbouwde in de reclame- en tijdschriftenwereld.

In de jaren '60 startte Warhol met het op groot formaat schilderen van beroemde Amerikaanse producten als Campbell's soepblikken en Coca-Cola flessen. Hij ging de zeefdruktechniek gebruiken, om niet louter kunst te maken met alledaagse commerciële massaproducten als motief, maar om ook zijn eigen kunst zelf als massaproductie te creëren. Hij wilde het liefst een emotieloze machine zijn. Hij stelde zich op als chef van een team van kunstarbeiders die zich bezig hielden met het maken van zeefdrukken, films, boeken en tijdschriften. Dit team was actief in een studio in de buurt van Union Square in New York. De studio werd “the Factory” genoemd omdat er werkelijk een productielijn van schilderijen in gehuisvest was. Deze studio groeide uit tot een ontmoetingsplaats voor artiesten, homo's, travestieten, junks en fotomodellen. Iedereen met enige artistieke pretentie was er welkom.

De oorspronkelijke "Factory" was gevestigd in een oude pettenfabriek op 231 East 47th street (vierde verdieping). Na een aantal jaren verplaatste Andy Warhol zijn entourage naar een kantoorpand aan de overkant van de straat; 33 Union street West (zesde verdieping). Deze tweede Factory werd door Warhol zelf “the Office” genoemd want er was niet uitsluitend een atelier gevestigd, maar ook de redactie van het door Warhol opgerichte blad Interview. Warhol werd in de jaren van de Factory wereldwijd bekend met zijn zeefdrukken. Hij maakte zeefdrukken van elk onderwerp dat zich ervoor leende.

Warhol’s oeuvre baseert zich grotendeels op de Amerikaanse populaire cultuur. Hij schilderde en tekende bankbiljetten, stripafbeeldingen, voedsel, vrouwenschoenen, beroemdheden en alledaagse objecten. Voor hem vertegenwoordigden deze motieven de Amerikaanse culturele waarden.

Op 3 juni 1968 kwam Valerie Solanas, een radicaal feministisch auteur die van tijd tot tijd rondhing in de Factory, in de studio opdagen en schoot Warhol en Mario Amaya neer. Solanas was vroeger op die dag afgewezen in de Factory nadat ze een script had teruggevraagd dat ze aan Warhol ter inzage gegeven had. Het script was blijkbaar zoek geraakt. Warhol werd zwaar verwond door de schietpartij en werd in het ziekenhuis zelfs klinisch dood verklaard. Hij leed voor de rest van zijn leven aan de fysieke gevolgen van de aanslag. Hij moest bijvoorbeeld een korset dragen om zijn onderbuik te ondersteunen. De schietpartij had een grote nawerking op Warhol’s leven en zijn kunst. De Factory werd strenger afgeschermd en voor velen betekende deze gebeurtenis het einde van de wilde jaren van de Factory. Diezelfde dag gaf Solanas zichzelf aan bij de politie en werd ze gearresteerd. De reden voor haar misdaad was volgens haar verklaring dat Warhol te veel invloed op haar leven had gekregen.

In vergelijking met Warhol’s provocerende werk in de jaren '60 waren de jaren '70 artistiek gezien minder productief, hoewel Warhol veel zakelijker werd. Volgens zijn toenmalige assistent Bob Colacello zocht Warhol in die jaren vooral naar gefortuneerde mensen bij wie hij een portretopdracht in de wacht kon slepen, zoals Mick Jagger, Liza Minnelli, John Lennon, Diana Ross, Brigitte Bardot en Michael Jackson en ook minder bekende bankdirecteuren en verzamelaars. Hij richtte het magazine Interview op en publiceerde in 1975 zijn boek The Philosophy of Andy Warhol, waarin hij zijn nuchtere ideeën omtrent kunst en leven uit de doeken deed.

Warhol had een angst voor lichamelijk contact en was erg verlegen. Hij liet zich nooit aanraken, laat staan zoenen. Hij was ontevreden over zijn eigen uiterlijk en droeg altijd een pruik, meestal zilverachtig wit. Warhol was homoseksueel, en wilde graag in de nabijheid van beroemdheden en sterren verkeren. Hij wilde zich niet aanpassen en kleedde zich zeer "nichterig".

De moeder van Warhol woonde bij hem thuis, maar hij verzweeg haar dood jarenlang voor zijn vrienden. Het was zelfs voor mensen die hem goed kenden onduidelijk wat hij werkelijk meende van zijn uitspraken. Warhol was een anti-intellectueel, iemand van "niet denken maar doen".

Warhol overleed op 22 februari 1987 om 06.32uur in New York City op 58-jarige leeftijd. Hij was herstellende van een routineoperatie aan zijn galblaas toen hij in zijn slaap stierf aan een hartstilstand. Het ziekenhuispersoneel had hem na de operatie slaapmiddelen toegediend en had zijn welzijn onvoldoende gevolgd. Daarom klaagden advocaten van Warhol’s nabestaanden het ziekenhuis aan wegens nalatigheid. Warhol had een medische behandeling alsmaar uitgesteld omdat hij bang was voor ziekenhuizen en een grote hekel had aan dokters.

Warhol werd begraven op de katholieke begraafplaats van St. John the Baptist Byzantine in Bethel Park, ten zuiden van Pittsburgh. Yoko Ono was een van de mensen die een afscheidsrede uitsprak op zijn begrafenis. Het internationale veilinghuis Sotheby's had negen dagen nodig om Warhol’s immense verzameling van kunst en 'prullaria' te veilen. De bruto opbrengst van deze veiling was ca. 20 miljoen Amerikaanse dollar.


Keith komt terug binnen.


Keith: Madam Marijke, ik heb iets geschilderd op uw busje, kom maar kijken.

We stappen naar buiten en…

Marijke: Wow… keileuk, mooi.

Keith: Het is mijn gezicht met drie ogen. Het idee komt doordat ik dat gezicht is heb willen schilderen met twee ogen maar nadat ik de ladder afliep, merkte ik dat het oog te ver in het midden zat. Nou ja wat doe je dan als het al op de muur staat... ik voegde er een derde oog aan toe. Ik dacht Marijke die zoveel wil weten, die zal wel drie ogen kunnen gebruiken.

Marijke: Ik begin gewoon te lachen als ik het zie, leuk getekend, ik word er vrolijk van.

Keith: Dat is dan goed.

Marijke: Heel echt bedankt, ik ben er echt blij mee! Wat zal ik nu gaan doen?"

Keith: Ga naar Japan dan kun je nog eens wat vliegen met uw bus...en ik ga nog wat tekenen.

Marijke: Goed idee. Ik zal daar is gaan rondrijden.


Dag Keith, ik vond het echt heel fijn van u te mogen ontmoeten. Als ik ooit een tentoonstelling van u weet, ga ik zeker zien.

Keith: "haha, ja, haha, wie weet? Er is sprake van iets klein samen met kameraden van mij. Misschien begin ik ooit een shopje met petjes en T-shirts met tekeningen van mij op.

Marijke: Goed, dan kom ik zeker kijken. Houdt u goed en nog veel tekenen.

Keith: Amuseer jij je maar goed met uw busje!

Keith, Andy en Marijke: "DDDDDDDAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAGG


En zo vlieg ik met mijn kunstbus naar Japan.


Japan is wel mooi van uitzicht maar de steden zijn erg druk.

Oei! Daar zit iemand in midden van de weg te tekenen. Oppassen straks rij ik nog een kunstenaar omver.

Bus eventjes aan de kant zetten...


Marijke: Hallo, mijnheer wat bent u aan het doen?

Alechinsky: Bonjour, ik kalkeer riooldeksels... wat brengt u hier?

Marijke: Ik heb een kunstbus, waarmee ik overal rond rij en vlieg om kunstenaars te ontmoeten.

Alechinsky: Leuke onderneming!

Marijke: Wat ga je nu met die afdruk doen?

Alechinsky: Meenemen naar mijn werkplaats om daar verder af te werken. Kom je graag meekijken?

Marijke: Super! Dat vind ik echt wel leuk. Hoe is uw naam? Ik ben Marijke.

Alechinsky: Pierre Alechinsky.

Marijke: Leuk je te ontmoeten.


En nu weet ik direct wat ik zoal kan vertellen over die kunstenaar die op het midden van de weg zat.


Alechinsky is van Russische afkomst. In de jaren veertig studeert hij grafiek te Brussel, wordt er lid van de "Jeune Peinture Belge " en sluit zich aan bij de picturaal heftige Cobrabeweging. Nadien trekt hij naar Parijs en komt er onder de invloed van het surrealisme en de 'Art Brut". Een reis naar Japan brengt hem dichter bij de Oosterse kalligrafie en Alechinsky ontwikkelt een grillige maar geraffineerde schriftuur waarmee hij zijn uitbundige creativiteit op een improviserende maar toch geconcentreerde wijze uitdrukt.


Aangekomen in het atelier van Pierre Alechinsky


Alechinsky: Zo we gaan het resultaat eens bezien.

Marijke: Het is wel een mooie afdruk.

Alechinsky: Nu gaan we daar wat kleur op zetten, blauw, groen...

Marijke: Jij tekent wel heel soepel.

Alechinsky: Ja, ik laat mijn hand gewoon losjes doen.

Marijke: Ik vind uw werken echt heel mooi. Mag ik van u een werk mee terug nemen in mijn bus?

Alechinsky: Natuurlijk, vind je dit werk mooi? Of heb je liever dat rood, groen met leuke figuurtjes? Of als je ze graag alle twee hebt? Pak maar mee, want ik woon in Japan en dan moet ik ze niet meepakken naar België.

Marijke: Als dat mag, ik vind ze beiden heel mooi.

Alechinsky: Doe maar, ze zullen mooi hangen in uw bus. Heb je geen landkaart nodig voor onderweg? Ik heb er wel op geschilderd, hopelijk vind je ze mooi?

Marijke: O…ja, vind ik heel mooi en leuk! Echt heel hard bedankt, het zal heel mooi hangen in mijn bus.

Alechinsky: Wat ga je nu verder doen?

Marijke: Terug naar België gaan om te wat rusten. Hopelijk mag mijn bus daar op de openbare weg komen.

Alechinsky: Ik zal duimen voor u.

Marijke: Bedankt voor je heel mooi werk.







Hèhè, ik kan zo blijven rond rijden, maar mijn bus steekt vol kunstwerken. Wat nu?

Ik kan mijn museumbus verkopen, dan heb ik terug geld voor andere reizen. Hm…

Of nee. Ik kan het beter uitlenen aan steden en musea!

Ha ja! Want als mijn busje dan naar Barcelona of andere cultuursteden gaat, mag ik mee.


KEIGOE!


Geraadpleegde boeken:

Subway Art: Martha Cooper en Henry Chalfant.

Haring: Alexander Kolosso

Alechinsky: PMMK Oostende, tijdschrift De Facto

Andy Warhol: Tijdschrift De Facto

Pop Art: Tilman Osterwold

De droom van Panamarenko: Géraldine Barbery en Catherine De Duve

Keith Haring: Pieter Oudheusden


Concept, uitwerking, tekst en Lay-out:

Marijke Goovaerts

Tweede jaar kunstgeschiedenis 2006-2007

Examen: Museumproject


Met dank voor praktische hulp:

Lieve Hertens

Renaat Hertens